

Filmprogrammeur Ruben Allersma reisde ook dit jaar weer af naar het belangrijkste filmfestival van de wereld. Lees hier zijn verslag en tips!
De Zuid-Koreaans Na Hong-jin liet met films als The Chaser (2008) en The Wailing (2016) zien dat hij een meester is in het maken van duistere en intelligente thrillers. Dat maakt het extra zonde dat Hope (Hopeu), zijn eerste film in tien jaar, ondanks de vingeraflikkende trailer en een veelbelovend eerste uur, zulke lelijke CGI-monsters blijkt te bevatten dat het beloofde actiespektakel vooral aanvoelt alsof je anderhalf uur naar een computergame zit te kijken.
Zelfs Hirokazu Kore-eda, die normaal gesproken uitblinkt in subtiele, menselijke observaties, stipt met zijn eerste sciencefictionfilm Sheep in the Box (Hako no naka no hitsuji) ambitieuze thema’s als rouw en AI aan, maar werkt die vervolgens niet goed uit. Het gevolg is dat het verhaal over ouders die een robot-versie van hun verongelukte zoontje in huis nemen, emotioneel op afstand blijft en weinig nieuwe inzichten biedt.
De grootste verrassing was wat mij betreft Club Kid: een rauw, ontroerend en verrassend grappig debuut over een afgeschreven partypromotor die plots de zorg krijgt voor een zoontje van wie hij het bestaan nooit kende. De film bleek zo’n hype dat studio A24 maar liefst 17 miljoen neertelde voor de wereldwijde rechten. Voor Nederland staat de film te koop voor een miljoen, een absurd bedrag voor zo’n kleine film die het waarschijnlijk alleen goed gaat doen bij de arthouses in studentensteden. Het is dan ook maar de vraag of de film hier uitgebracht gaat worden.

Club Kid
Een andere kleine film die indruk maakte was I’ll Be Gone in June. We volgen de Duitse uitwisselingsstudente Franny, die in 2001 in New Mexico is wanneer de vliegtuigen zich in de Twin Towers boren. Het is een gevoelig en fris aanvoelend coming-of-age verhaal, dat knap wordt gecombineerd met een historisch kantelpunt en de paranoia die volgde binnen de Amerikaanse samenleving. Boordevol mooie muziek en herkenbare tienerperikelen.

I’ll Be Gone in June
Fascinerend was ook Teenage Sex and Death at Camp Miasma van Jane Schoenbrun (I Saw the TV Glow). Weer een metafilm, deze keer over een regisseur die een slasherfranchise nieuwe leven wil inblazen. Schoenbrun maakte een slasher en horrorparodie ineen, maar gebruikt deze genres vooral om iets te zeggen over een persoonlijke zoektocht naar identiteit, verlangen en de betekenis van cinema. Inventief, sexy, geestig én ontroerend.

Teenage Sex and Death at Camp Miasma
Verder genoot ik van de energieke Cantona-documentaire, Paper Tiger met Adam Driver en Scarlett Johansson en The Beloved, waarin Javier Bardem schittert als een gevierde maar grensoverschrijdende filmmaker.

The Beloved

De nieuwste premières, filmtips, klassiekers en meer elke week in je mailbox!